De tekst van Genesis 38:5
Genesis 38:5 luidt: "Nog eens kreeg zij een zoon en noemde hem Sela; hij was in Kezib toen zij hem baarde." Dit vers beschrijft de geboorte van de derde zoon van Juda en zijn Kanaänitische vrouw.
Betekenis van de namen
De naam Sela (Hebreeuws: שֵׁלָה) betekent waarschijnlijk 'rust' of 'vrede'. Deze naam krijgt extra betekenis wanneer we bedenken dat hij de derde en laatste zoon van Juda uit dit huwelijk was. De naam suggereert mogelijk dat Juda's vrouw na twee zonen eindelijk rust vond.
Kezib (Hebreeuws: כְזִיב) was een plaats in het laagland van Juda. De naam betekent 'leugenachtig' of 'bedrieglijk', wat ironisch is gezien de gebeurtenissen die later in dit hoofdstuk plaatsvinden.
Context binnen Genesis 38
Dit vers vormt onderdeel van de exposition van het verhaal van Juda en Tamar. Na de introductie van Juda's drie zonen - Er, Onan en Sela - volgt het dramatische verhaal waarin Er en Onan sterven, en Tamar als weduwe achterblijft. Sela speelt een cruciale rol omdat hij volgens de leviraat-wet zou moeten trouwen met Tamar om nakomelingen voor zijn overleden broer voort te brengen.