Inleiding tot Genesis 38
Genesis 38 onderbreekt het verhaal van Jozef om ons het opmerkelijke verhaal van Juda en Tamar te vertellen. Dit hoofdstuk lijkt op het eerste gezicht misplaatst, maar speelt een cruciale rol in Gods heilsplan. Het toont hoe God Zijn beloften uitvoert, zelfs door menselijke fouten en zonden heen.
Juda's afzondering (vers 1-5)
Het hoofdstuk begint met Juda die zich afscheidt van zijn broers en naar Adullam gaat. Daar trouwt hij met de dochter van een Kanaäniet genaamd Sua. Dit huwelijk buiten het volk van de belofte zou later gevolgen hebben. Ze krijgen drie zonen: Er, Onan en Sela.
Deze keuze van Juda toont een patroon van afwijking van Gods wegen. Hij verlaat zijn familie en zoekt aansluiting bij de heidense bevolking, wat tegen Gods bedoeling voor Abrahams nakomelingen ingaat.
Het drama rond Tamar (vers 6-11)
Juda regelt een huwelijk tussen zijn oudste zoon Er en een vrouw genaamd Tamar. Er is echter zo slecht in de ogen van de HEERE dat God hem doodt. Volgens de leviraat-traditie moet Onan, de tweede zoon, Tamar trouwen om nakomelingen voor zijn overleden broer te verwekken.
Onan weigert echter zijn plicht te vervullen. Hij slaapt wel met Tamar maar voorkomt bewust zwangerschap, omdat de kinderen niet als zijn eigen nakomelingen zouden gelden. Deze daad van eigenbelang en gebrek aan verantwoordelijkheid kost hem het leven.