Waar gaat Genesis 38 over? Juda scheidt zich af van zijn broers, trouwt in Adullam en krijgt drie zonen. Zijn oudste, Er, sterft; zijn tweede, Onan, weigert de zwagerplicht tegenover Tamar en sterft eveneens; de derde, Sela, wordt haar onthouden. Als Juda naar Timna gaat om zijn schapen te scheren, legt Tamar haar weduwkleren af, bedekt zich met een sluier en wacht hem op aan de weg. Zij ontvangt zijn zegelring, snoer en staf als onderpand. Drie maanden later wil Juda haar laten verbranden, maar zij toont die voorwerpen, en hij erkent in vers 26: Zij is rechtvaardiger dan ik. Zij baart een tweeling, Perez en Zera.
De Statenvertaling schrijft haar naam als Thamar en de jongste zoon als Zera; nieuwere vertalingen schrijven Tamar en Zerah. Het hoofdstuk telt dertig verzen en de Herziene Statenvertaling volgt dezelfde versindeling, zodat vers 26 daar hetzelfde vers is. De volledige tekst in de Statenvertaling leest u op de leespagina van Genesis 38; wat de HSV van de Statenvertaling onderscheidt, staat bij de Herziene Statenvertaling. Het verhaal eromheen loopt door in Genesis 37 en Genesis 39.
Inleiding tot Genesis 38
Genesis 38 onderbreekt het verhaal van Jozef om ons het opmerkelijke verhaal van Juda en Tamar te vertellen. Dit hoofdstuk lijkt op het eerste gezicht misplaatst, maar speelt een cruciale rol in Gods heilsplan. Het toont hoe God Zijn beloften uitvoert, zelfs door menselijke fouten en zonden heen.