De tekst van Genesis 36:12
'En Timna was een bijvrouw van Elifaz, de zoon van Esau; en zij baarde aan Elifaz Amalek. Dit zijn de zonen van Ada, de huisvrouw van Esau.'
Context binnen Genesis 36
Genesis 36:12 staat midden in de uitgebreide geslachtslijst van Esau, de broer van Jakob. Dit hoofdstuk toont hoe God Zijn belofte aan Abraham vervulde dat ook Esau tot een groot volk zou worden. De geslachtslijsten in de Bijbel zijn geen droge opsommingen, maar tonen Gods trouw aan Zijn beloften en Zijn zorg voor alle families van de aarde.
Belangrijke personen in dit vers
Timna wordt hier genoemd als een 'pilegesh' (Hebreeuws), wat bijvrouw of concubine betekent. In de oudheid was dit een erkende sociale positie, lager dan die van een hoofdvrouw maar hoger dan een slavin. Timna's vermelding is significant omdat haar zoon Amalek later een belangrijke rol zou spelen in de geschiedenis van Israël.
Elifaz was een van de zonen van Esau en Ada. Zijn naam betekent 'God is goud' of 'God is kracht'. Hij wordt ook vermeld in Job als een van Jobs vrienden, hoewel dit waarschijnlijk een andere persoon betreft.
Amalek is de meest bekende figuur uit dit vers. Hij werd de stamvader van het volk der Amalekieten, dat later een hardnekkige vijand van Israël zou worden.