De zonen van Midian in Genesis 25:4
Genesis 25:4 vermeldt de namen van vijf zonen van Midian: "En de zonen van Midian waren: Efa en Efer en Henoch en Abida en Eldaa. Alle dezen waren zonen van Ketura." Dit vers vormt onderdeel van de geslachtslijn van Abraham via zijn tweede vrouw Ketura, die hij huwde na Sara's dood.
Betekenis van de namen
Elke naam in deze lijst heeft een specifieke betekenis in het Hebreeuws:
- Efa (עֵיפָה) betekent 'duisternis' of verwijst naar een maat voor graan
- Efer (עֵפֶר) betekent 'kalf' of 'jong hert'
- Henoch (חֲנוֹךְ) betekent 'ingewijd' of 'toegewijd'
- Abida (אֲבִידָע) betekent 'mijn vader weet'
- Eldaa (אֶלְדָּעָה) betekent 'God heeft geweten'
Historische betekenis van Midian
Midian zou uitgroeien tot een machtige stam die een belangrijke rol speelde in Israëls geschiedenis. De Midianieten waren handelaren en nomaden die in het gebied ten oosten van de Golf van Akaba leefden. Jezus' schoonvader Jethro was een Midianiet, wat laat zien dat God ook buiten Israël werkzaam was.
Theologische betekenis
Dit vers illustreert Gods trouw aan Zijn belofte aan Abraham om hem tot een groot volk te maken. Hoewel Izaak de beloofde erfgenaam was, zegende God ook Abrahams andere kinderen. Het toont Gods zorg voor alle volken, niet alleen voor Israël.