De nakomelingen van Javan
Genesis 10:4 vormt onderdeel van de zogenaamde 'Volkentafel' en vermeldt: 'De nakomelingen van Javan waren Elisa, Tarsis, de Kittieten en de Rodanieten (of Dodanieten).' Dit vers beschrijft de vier hoofdstammen die afstamden van Javan, een zoon van Jafet en kleinzoon van Noach.
Betekenis van de namen
Elisa (Hebreeuws: אֱלִישָׁה) wordt door veel geleerden geassocieerd met de Grieken of bewoners van Klein-Azië. Sommigen verbinden deze naam met Alasiya, een antieke naam voor Cyprus.
Tarsis (Hebreeuws: תַּרְשִׁישׁ) is een vaak voorkomende naam in de Bijbel, meestal verbonden met een verre, westelijke handelsbestemming. Vele geleerden denken aan Spanje of Sardinië, een gebied rijk aan metalen.
Kittim (Hebreeuws: כִּתִּים) verwijst naar Cyprus en zijn inwoners. Deze naam komt vaker voor in de Bijbel en wordt soms uitgebreid gebruikt voor zeevolken in het algemeen.
Dodanim/Rodanim (Hebreeuws: דֹּדָנִים/רֹדָנִים) - in verschillende handschriften verschilt de spelling. Rodanim wordt vaak verbonden met het eiland Rhodos en zijn bewoners.
Geografische verspreiding
Deze vier volken vertegenwoordigen de verspreiding van Jafets nakomelingen naar de eilanden en kustgebieden van de Middellandse Zee. Dit past bij Genesis 10:5, dat spreekt over 'de eilanden der heidenen' die door Jafets zonen bewoond werden.