Inleiding tot Genesis 10
Genesis 10 staat bekend als de 'Tafel van de Volken' en vormt een cruciale schakel in het bijbelse verhaal. Na de vernietiging van de wereld door de zondvloed beschrijft dit hoofdstuk hoe de mensheid zich opnieuw ontwikkelde en over de aarde verspreidde door de nakomelingen van Noach's drie zonen: Sem, Cham en Jafet.
De nakomelingen van Jafet (verzen 2-5)
Jafet's nakomelingen worden als eersten genoemd en vestigden zich hoofdzakelijk in het noorden en westen. Onder hen vinden we de voorouders van volken als de Grieken (Jawan), en verschillende Indo-Europese volkeren. Vers 5 benadrukt dat deze volken zich "naar hun landen verdeelden, elk naar zijn taal, naar hun geslachten, in hun natiën." Dit toont God's bedoeling dat de mensheid de hele aarde zou bevolken.
De nakomelingen van Cham (verzen 6-20)
Cham's genealogie krijgt de meeste aandacht, mogelijk omdat veel van deze volken later een belangrijke rol speelden in Israëls geschiedenis. Egypte (Misraïm), Kanaän, en andere machtige oude beschavingen worden hier genoemd. Bijzonder opvallend is de vermelding van Nimrod (vers 8-12), beschreven als "een machtig jager voor het aangezicht van de HEERE," die steden bouwde in Babylonië en Assyrië.