Inleiding tot Ezechiel 8
Ezechiel 8 is een van de meest aangrijpende hoofdstukken in het boek Ezechiel. Het beschrijft een visionair bezoek aan de tempel in Jeruzalem, waar de profeet getuige wordt van verschillende vormen van afgoderij die plaatsvinden in het heiligdom. Dit hoofdstuk vormt een cruciaal onderdeel van Gods rechtvaardiging voor het komende oordeel over Jeruzalem en toont de ernst van geestelijke ontrou aan.
De Geest brengt Ezechiel naar Jeruzalem
In vers 1-4 wordt Ezechiel op wonderbaarlijke wijze in een visioen naar Jeruzalem getransporteerd. Hoewel hij zich fysiek nog steeds in Babylonië bevindt bij de rivier de Kebar, wordt hij door de Geest van God naar de tempel gebracht. Dit gebeurt terwijl hij bij de oudsten van Juda zit tijdens de ballingschap. De heerlijkheid van de God van Israël is daar aanwezig, net als in zijn eerdere visioen.
Vier Gruwelijke Vormen van Afgoderij
1. Het beeld dat de ijver verwekt (vers 3-6)
Het eerste wat Ezechiel te zien krijgt is een afgodisch beeld bij de ingang van de noordpoort van de tempel. Dit wordt het 'beeld der ijver' genoemd, omdat het Gods heilige toorn en ijver opwekt. Waarschijnlijk betreft dit een Assyrische of Babylonische godheid die brutaalweg in Gods tempel was geplaatst. God vraagt Ezechiel of hij de grote gruwelen ziet die Israël daar bedrijft.