De tekst van Ezechiel 6:4
Ezechiel 6:4 luidt in de NBV: 'Ik zal jullie altaren verwoesten en jullie reukofferaltaren slopen. Jullie gedode zal ik laten vallen voor jullie afgoden.' Dit vers vormt het hoogtepunt van Gods aankondiging van oordeel over de afgoderij in Israël.
Woordstudie en betekenis
Het Hebreeuwse woord voor altaren (מִזְבְּחוֹתֵיכֶם, mizbechoteichem) verwijst naar de plaatsen waar offers werden gebracht aan afgoden. Het woord reukofferaltaren (חַמָּנֵיכֶם, chamaneichem) kan ook vertaald worden als 'zonnebeelden' of 'wierookaltaren'. Deze waren vaak gewijd aan zonneaanbidding of andere heidense praktijken.
Het woord gedode (חַלְלֵיכֶם, challeichem) betekent letterlijk 'doorboorden' of 'doden in de strijd'. Dit benadrukt de gewelddadige aard van het komende oordeel. De term afgoden (גִּלּוּלֵיכֶם, gilluleichem) is een verachtelijke term die Ezechiel vaak gebruikt, letterlijk betekenend 'blokken' of 'drekgoden'.
Context in het hoofdstuk
Ezechiel 6 begint met de opdracht om te profeteren tegen de 'bergen van Israël'. Deze bergen waren de plaatsen waar afgodenaltaren stonden, vaak op hoogten die religieus significant waren. Vers 4 is onderdeel van een drievoudig oordeel: verwoesting van altaren (vers 4), verstrooiing van beenderen (vers 5), en volledige verwoesting van afgodenplaatsen (vers 6).