De tekst van Ezechiel 26:6
Ezechiel 26:6 luidt: "En haar dochters die op het veld zijn, zullen door het zwaard gedood worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben." (NBG)
Context van de profetie tegen Tyrus
Dit vers maakt deel uit van een uitgebreide profetie tegen de stad Tyrus (hoofdstuk 26-28). Tyrus was een machtige Fenicische handelsstad aan de Middellandse Zee, gelegen in het huidige Libanon. De stad bestond uit twee delen: een deel op het vasteland en een eilandgedeelte voor de kust.
Betekenis van 'haar dochters'
De uitdrukking "haar dochters die op het veld zijn" verwijst naar de onderhorige steden en dorpen van Tyrus op het vasteland. In het Hebreeuws wordt het woord "banoth" (בנות) gebruikt, wat letterlijk "dochters" betekent, maar hier figuurlijk staat voor satellietsiedlingen die onder de autoriteit van de moederstad vielen.
Het oordeel door het zwaard
De profetie voorspelt dat deze steden "door het zwaard gedood worden" - een uitdrukking die duidt op militaire vernietiging. Dit oordeel zou uitgevoerd worden door Nebukadnessar van Babylon, zoals vers 7 verduidelijkt. De historische vervulling vond plaats toen Babylon deze regio veroverde.
De erkenning van Gods soevereiniteit
Het vers eindigt met de krachtige uitspraak: "zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben." Dit is een terugkerend thema in Ezechiel (meer dan 60 keer). Door Gods oordelen wordt Zijn absolute soevereiniteit over alle volken en naties gedemonstreerd.