De tekst van Exodus 39:3
Exodus 39:3 beschrijft een bijzondere techniek voor het verwerken van goud: 'Zij sloegen het goud uit tot platen en sneden het in draden om het te verweven met het purper, het karmozijn, het scharlaken en het fijne linnen; het was kunstig werk.' Dit vers toont de uitzonderlijke vakmanschap die werd gebruikt bij het maken van de efod, het belangrijkste kledingstuk van de hogepriester.
Woordbetekenis en techniek
Het Hebreeuwse werkwoord voor 'uitslagen' (רקע, raqa) betekent letterlijk 'plat hameren' of 'uitrekken'. Dit was een arbeidsintensief proces waarbij goud werd gehamerd tot dunne platen en vervolgens gesneden tot fijne draden. Het woord voor 'draden' (פתיל, pathil) duidt op gedraaide koorden of strengen. Deze gouddraden werden dan verweven (חשב, chashab) met kostbare stoffen, wat letterlijk 'kunstig bedenken' of 'ontwerpen' betekent.
Context binnen Exodus 39
Exodus 39 beschrijft de uitvoering van Gods instructies uit Exodus 28 voor de priestergewaden. Na de zonde met het gouden kalf (Exodus 32) en de vernieuwing van het verbond, gaat Israël nu gehoorzaam aan het werk. Vers 3 laat zien hoe de efod precies werd gemaakt volgens Gods voorschriften, waarbij geen detail werd overgeslagen.