De Tekst van Deuteronomium 29:23
Deuteronomium 29:23 luidt: "dat zijn ganse land zwavel en zout is, een brandvlakte, dat niet bezaaid wordt en niet doet uitspruiten en waar geen kruid in opgroeit, gelijk de ondergang van Sodom en Gomorra, Adma en Zeboïm, die de HEERE omgekeerd heeft in zijn toorn en in zijn grimmigheid."
Context van de Waarschuwing
Dit vers staat in het hart van Mozes' afscheidstoespraak aan het volk Israël. Hij staat op het punt het beloofde land binnen te gaan en Mozes hernieuwt het verbond met God. In hoofdstuk 29 beschrijft hij de gevolgen van het breken van dit verbond. Vers 23 is onderdeel van een profetische waarschuwing over wat er gebeurt wanneer Israël zich afkeert van de HEERE.
Betekenis van de Beeldspraak
Zwavel en zout zijn symbolen van totale onvruchtbaarheid. Het Hebreeuwse woord voor zwavel (gaphriyt) en zout (melach) wijzen op een land waar niets meer kan groeien. Zout maakt de grond onbruikbaar voor landbouw, terwijl zwavel verwijst naar de vernietigende kracht van Gods oordeel.
"Een brandvlakte" (serephah) betekent letterlijk "een verbrande plaats". Het Hebreeuwse werkwoord saraph betekent verbranden of verteren. Dit benadrukt de totale verwoesting die het land zou ondergaan.