De tekst van Deuteronomium 29:15
Deuteronomium 29:15 luidt in de Nieuwe Bijbelvertaling: 'Want jullie weten hoe wij gewoond hebben in Egypte en hoe wij door de landen van de volkeren zijn getrokken die jullie zijn voorbijgegaan.'
Context binnen Deuteronomium 29
Dit vers vormt onderdeel van Mozes' dringende oproep aan Israël om trouw te blijven aan het verbond met God. In de voorafgaande verzen hernieuwt Mozes het verbond met het volk voordat zij het Beloofde Land binnengaan. Vers 15 is het begin van een waarschuwing tegen afgoderij en geestelijke ontrouw.
Betekenis van de Hebreeuwse woorden
Het Hebreeuwse woord voor 'gewoond hebben' is יָשַׁבְנוּ (yashavnu), wat letterlijk betekent 'wij hebben gezeten' of 'wij hebben verblijf gehouden'. Dit wijst op een langdurig verblijf, niet slechts een kort bezoek. Het woord עָבַרְנוּ (avarnu) voor 'doorgetrokken' benadrukt de reis door vreemde landen en het contact met vreemde culturen.
Theologische betekenis
Mozes gebruikt deze herinnering strategisch. Hij wijst erop dat Israël uit eerste hand kennis heeft van heidense religies en afgoderij. Tijdens hun verblijf in Egypte en hun reis door verschillende landen hebben zij de 'gruwelen en afgoden' (vers 17) van andere volkeren gezien. Deze ervaring moet hen juist sterken in hun toewijding aan de ene, ware God.