Tekst en Vertaling
Deuteronomium 29:13 luidt in de NBV: "opdat hij u heden tot zijn volk zou maken en hij uw God zou zijn, zoals hij u heeft toegezegd en zoals hij aan uw voorouders Abraham, Isaäk en Jakob heeft gezworen."
Woordstudie en Betekenis
Het Hebreeuwse werkwoord qûm (קום) wordt hier vertaald met "vast te stellen" of "tot zijn volk maken". Dit woord betekent letterlijk "oprichten" of "bevestigen" en duidt op een formele, definitieve handeling. God bevestigt hier plechtig Zijn verbondsrelatie met Israël.
Het woord 'am (עם) voor "volk" benadrukt de speciale gemeenschap die God met Israël aangaat - niet zomaar een natie, maar Zijn uitverkoren verbondsvolk.
Context binnen Deuteronomium 29
Dit vers staat in het hart van Mozes' afscheidstoespraak, waarbij hij het verbond in Moab vernieuwt. Na veertig jaar in de woestijn staat Israël op de drempel van het Beloofde Land. Mozes benadrukt dat Gods verbondstrouw niet afhangt van hun perfecte gehoorzaamheid, maar geworteld is in Zijn beloften aan de aartsvaders.
Het woord "heden" (hayyôm) benadrukt het actuele, urgente karakter van Gods verbondsvernieuwing. Dit is geen abstracte theologie, maar een concrete realiteit voor het volk op dat moment.