De tekst van Deuteronomium 28:19
Deuteronomium 28:19 luidt: 'Vervloekt ben je wanneer je uitgaat en vervloekt wanneer je thuiskomst.' Dit korte maar krachtige vers vormt onderdeel van de uitgebreide lijst van vloeken die Mozes uitspreekt over het volk Israël.
Betekenis van de Hebreeuwse woorden
Het Hebreeuwse woord ארור (arur) betekent 'vervloekt' en duidt op een toestand waarin iemand staat onder Gods oordeel. De woorden בצאתך (betzet'cha, 'bij je uitgaan') en בבואך (bevo'acha, 'bij je binnenkomen') vormen samen een hebraïsme - een manier van spreken die het gehele spectrum van menselijke activiteit omvat.
Context binnen Deuteronomium 28
Dit vers staat in scherp contrast met de zegening in vers 6: 'Gezegend ben je wanneer je uitgaat en gezegend wanneer je thuiskomst.' Deze parallel benadrukt de totale omkering van Gods gunst naar Gods oordeel wanneer Israël de verbondsvoorwaarden niet nakomt.
Theologische betekenis
De vervloeking bij uitgaan en binnenkomen symboliseert dat geen enkel aspect van het dagelijks leven gespaard blijft van de gevolgen van ongehoorzaamheid. Of het nu gaat om werk, handel, sociale contacten (uitgaan) of rust, familie en privéleven (thuiskomen) - alles staat onder de schaduw van Gods oordeel.