Tekst van Deuteronomium 28:18
'Vervloekt zullen zijn de vrucht van je lichaam en de vrucht van je akker, de dracht van je runderen en de worp van je kleinvee.' (NBV)
Context binnen Deuteronomium 28
Deuteronomium 28:18 staat in het hart van de vloeken die Mozes aankondigt voor het geval Israël ongehoorzaam zou zijn aan Gods geboden. Dit vers vormt een direct contrast met vers 4, waar dezelfde aspecten van het leven juist gezegend worden bij gehoorzaamheid.
Betekenis van de Hebreeuwse woorden
Het Hebreeuwse woord 'arur (ארור) betekent 'vervloekt' en duidt op een toestand waarin Gods zegen wordt weggenomen. Peri (פרי) betekent 'vrucht' en wordt hier gebruikt voor zowel menselijke nakomelingen als landbouwopbrengst. Het woord beten (בטן) verwijst naar de baarmoeder, terwijl adamah (אדמה) het land of de akker aanduidt.
Vier gebieden van vloek
Het vers noemt vier specifieke gebieden:
1. Menselijke vruchtbaarheid: 'de vrucht van je lichaam'
2. Landbouw: 'de vrucht van je akker'
3. Rundvee: 'de dracht van je runderen'
4. Kleinvee: 'de worp van je kleinvee'
Deze vier aspecten vormden de basis van het economische en sociale leven in het oude Israël. Zonder gezonde nakomelingen, succesvolle oogsten en vruchtbare veestapels zou de samenleving niet kunnen voortbestaan.