De Tekst van Deuteronomium 27:21
Deuteronomium 27:21 luidt in de Nieuwe Bijbelvertaling: "Vervloekt wie gemeenschap heeft met enig dier." Dit vers maakt deel uit van een serie van twaalf vervloekingen die door de Levieten moesten worden uitgesproken op berg Ebal, waarop het hele volk met "Amen" moest antwoorden.
Hebreeuwse Betekenis en Woordstudie
Het Hebreeuwse woord voor "gemeenschap hebben" is שֹׁכֵב (shokhev), wat letterlijk "liggen bij" betekent in seksuele context. Het woord בְּהֵמָה (behemah) verwijst naar dieren in het algemeen, maar wordt hier gebruikt voor alle soorten beesten. De formulering is duidelijk en laat geen ruimte voor interpretatie - het gaat om seksuele handelingen tussen mens en dier.
Context binnen Deuteronomium 27
Dit vers staat in het hart van de verbondswetten die Mozes aan Israël gaf voordat zij het Beloofde Land zouden binnentrekken. De twaalf vervloekingen in dit hoofdstuk behandelen zonden die vaak in het geheim werden begaan, maar die de gemeenschap ernstig konden beschadigen. Deze openbare liturgie maakte duidelijk dat God alle zonden ziet, ook die welke verborgen lijken.