Tekst en Vertaling
Deuteronomium 23:15 luidt in de Statenvertaling: "Gij zult den knecht, die van zijn heer tot u zal gevlucht zijn, aan zijn heer niet overleveren." Dit vers bevat een opmerkelijke wet die bescherming biedt aan weggelopen slaven.
Hebreeuwse Woordstudie
De Hebreeuwse tekst gebruikt belangrijke termen:
- עבד (eved): slaaf of dienaar, maar ook gebruikt voor onderdanen
- נס (nas): vluchten of ontkomen, impliceert dringende nood
- סגר (sagar): uitleveren of overleveren, letterlijk 'afsluiten' of 'opgesloten houden'
De formulering suggereert dat de slaaf actief bescherming zoekt bij het Israëlitische volk.
Historische Context en Unieke Karakter
Deze wet was revolutionair in de Oude Nabije Oosten. Mesopotamische wetgeving, zoals de Code van Hammurabi, stelde juist zware straffen voor wie weggelopen slaven hielp. Assyrische en Babylonische verdragen vereisten meestal uitlevering van vluchtelingen.
Israëls wet daarentegen gebiedt bescherming, wat Gods bijzondere zorg voor de onderdrukten toont. De context suggereert dat dit vooral betrekking had op buitenlandse slaven die naar Israël vluchtten.
Theologische Betekenis
Dit gebod weerspiegelt fundamentele Bijbelse principes:
- Menselijke waardigheid: Elke persoon heeft recht op bescherming
- Gerechtigheid boven eigendom: Menselijke vrijheid weegt zwaarder dan eigendomsrechten
- Israëls roeping: Als volk dat zelf bevrijding uit slavernij kende, moest Israël anderen beschermen