De Betekenis van 2 Samuel 21:3
In 2 Samuel 21:3 lezen we: "En David zeide tot de Gibeonieten: Wat zal ik u doen, en waarmee zal ik verzoening doen, opdat gij het erfdeel des HEREN zegent?"
Dit vers staat centraal in een verhaal over gerechtigheid, verzoening en de gevolgen van gebroken beloftes. David staat voor een moeilijke situatie: er heerst al drie jaar hongersnood in Israël, en wanneer hij de HEER zoekt, ontdekt hij dat dit komt door Sauls bloedschuld tegen de Gibeonieten.
Historische Achtergrond
De Gibeonieten waren oorspronkelijk Hivvieten die tijdens Jozua's tijd een verdrag hadden gesloten met Israël (Jozua 9). Hoewel dit verdrag door list was ontstaan, had Israël onder ede beloofd hen te beschermen. Saul had echter geprobeerd dit volk uit te roeien, waarschijnlijk uit verkeerd begrepen ijver voor Israël en Juda.
Het Woord 'Verzoening'
Het Hebreeuwse woord voor verzoening is 'kippûr' (כפר), wat letterlijk 'bedekken' of 'wegwissen' betekent. David zoekt naar een manier om de bloedschuld weg te nemen en de gebroken relatie te herstellen. Dit toont zijn verantwoordelijkheid als koning om onrecht recht te zetten, ook wanneer hij niet persoonlijk verantwoordelijk was voor de oorspronkelijke daad.