De tekst van 2 Samuel 21:20
"Ook was er nog een oorlog te Gat; daar was een reus van grote gestalte, die zes vingers aan zijn handen had en zes tenen aan zijn voeten, in totaal vierentwintig; ook hij was een nakomeling van de reus."
Woordstudie en betekenis
Dit vers beschrijft een bijzondere vijand van Israël. Het Hebreeuwse woord voor 'reus van grote gestalte' is 'ish madon gadol', wat letterlijk 'een man van grote afmetingen' betekent. De beschrijving van zes vingers en zes tenen (polydactylie) was kennelijk een fysieke eigenschap van bepaalde nakomelingen van de reuzen (Hebreeuws: Rafa).
Het getal vierentwintig (24) wordt expliciet genoemd om de buitengewone aard van deze vijand te benadrukken. In de antieke wereld werden fysieke afwijkingen vaak geassocieerd met bovennatuurlijke krachten of goddelijke oorsprong.
Context binnen 2 Samuel 21
Dit vers maakt deel uit van een serie verhalen over de overwinningen van David en zijn krijgshelden op verschillende reuzenachtige Filistijnse krijgers (verzen 15-22). Deze verhalen tonen aan dat zelfs de meest indrukwekkende vijanden kunnen worden overwonnen met Gods hulp.
Gat was een van de vijf hoofdsteden van de Filistijnen, ook de geboorteplaats van Goliath. De oorlogen in dit hoofdstuk vonden plaats later in Davids regering, toen hij al gevestigd was als koning.