De betekenis van 2 Samuel 16:4
In 2 Samuel 16:4 lezen we: "Toen zei de koning tegen Ziba: 'Alles wat van Mefiboseth is, is nu van jou.' En Ziba antwoordde: 'Ik buig mij voor u neer. Laat ik genade vinden bij mijn heer de koning.'"
Context van David's vlucht
Dit vers speelt zich af tijdens een van de donkerste periodes in David's leven. Hij vlucht uit Jeruzalem voor zijn eigen zoon Absalom, die een coup tegen hem heeft gepleegd. Onderweg ontmoet David Ziba, de knecht van Mefiboseth, kleinzoon van koning Saul.
Ziba's misleiding
Ziba komt David tegemoet met voedsel en ezels, en beweert dat zijn meester Mefiboseth in Jeruzalem is gebleven in de hoop het koninkrijk van zijn grootvader Saul terug te krijgen. Deze beschuldiging is waarschijnlijk vals - Ziba probeert David's gunst te winnen ten koste van Mefiboseth.
David's overhaaste beslissing
In zijn emotionele toestand neemt David een drastische beslissing zonder de feiten te controleren. Het Hebreeuwse woord dat hier wordt gebruikt voor 'alles' (כל - kol) benadrukt de volledigheid van deze overdracht van eigendom. David geeft letterlijk alle bezittingen van Mefiboseth aan Ziba.