De tekst van 2 Samuel 16:3
2 Samuel 16:3 bevat een cruciaal moment in het verhaal van koning David's vlucht voor zijn zoon Absalom. In dit vers vraagt David aan Ziba, de knecht van Mefiboseth: 'Waar is de zoon van uw heer?' Ziba antwoordt: 'Zie, hij blijft in Jeruzalem, want hij heeft gezegd: Heden zal het huis Israëls mij het koninkschap van mijn vader teruggeven.'
De context van David's vlucht
Dit vers speelt zich af tijdens een van de donkerste periodes in David's leven. Zijn zoon Absalom heeft een staatsgreep gepleegd en David moet halsoverkop vluchten uit Jeruzalem. Onderweg komt hij Ziba tegen, die ezels, brood, rozijnen en vijgen bij zich heeft als voorraad voor David en zijn gevolg.
Ziba's beschuldiging
Ziba's woorden zijn zeer belastend voor Mefiboseth, de zoon van Jonathan en kleinzoon van koning Saul. Door te beweren dat Mefiboseth in Jeruzalem is gebleven met de hoop het koningschap terug te krijgen, schildert Ziba hem af als een verrader. Het Hebreeuwse woord voor 'teruggeven' (שוב, shuv) impliceert dat Mefiboseth gelooft dat het koningschap rechtmatig aan het huis van Saul toebehoort.
De gevolgen van valse beschuldigingen
David reageert onmiddellijk op deze beschuldiging door alle bezittingen van Mefiboseth aan Ziba te geven (vers 4). Deze snelle reactie toont aan hoe kwetsbaar David is in zijn huidige situatie en hoe hij geneigd is tot overhaaste beslissingen.