De tekst van 2 Samuel 13:4
2 Samuel 13:4 luidt: 'En Jonadab zeide tot hem: Waarom word je zo mager van dag tot dag, koningszoon? Wil je het mij niet vertellen? En Amnon zeide tot hem: Ik heb Tamar lief, de zuster van mijn broeder Absalom.'
Wie zijn de hoofdpersonen?
Amnon was de oudste zoon van koning David, geboren uit Achinoäm. Als eerstgeborene was hij de vermoedelijke erfgenaam van de troon. Jonadab wordt beschreven als de zoon van Simea, Davids broer, en dus Amnons neef. De tekst noemt hem 'een zeer sluw man' (vers 3).
Tamar was de dochter van David en zuster van Absalom, geboren uit Maäka. Ze was dus Amnons halfzus.
De betekenis van 'liefhebben' in deze context
Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt voor 'liefhebben' is 'ahab'. Hoewel dit woord echte liefde kan betekenen, toont de context dat Amnons gevoelens niet op ware liefde gebaseerd zijn, maar op lust en obsessie. Dit blijkt uit:
- Zijn fysieke vermagering door zijn obsessie
- Het feit dat hij later geweld zal gebruiken
- Zijn gebrek aan respect voor Tamars waardigheid
Jonadabs rol als slechte raadgever
Jonadab speelt een cruciale rol als de slechte vriend die Amnon zal aanmoedigen in zijn zondige plannen. Het Hebreeuwse woord 'arum' (sluw) dat gebruikt wordt om Jonadab te beschrijven, heeft vaak een negatieve connotatie in de Bijbel. Dit is dezelfde woordstam die gebruikt wordt voor de slang in Genesis 3:1.