De tekst van 2 Kronieken 28:3
2 Kronieken 28:3 beschrijft een van de donkerste momenten in de geschiedenis van Juda: 'Ook hij heeft gerookt in het dal van de zoon van Hinnom en hij heeft zijn kinderen door het vuur doen gaan volgens de gruwelijke gewoonten van de volkeren die de HEERE voor het aangezicht van de Israëlieten had verdreven.'
Historische achtergrond van koning Achaz
Dit vers spreekt over koning Achaz van Juda (regeerde circa 735-715 v.Chr.), een van de meest goddeloze koningen uit de geschiedenis van het zuidelijk koninkrijk. Achaz volgde het slechte voorbeeld van de koningen van Israël en bracht heidense praktijken binnen in Juda.
Het dal van de zoon van Hinnom
Het Hebreeuwse woord 'Hinnom' (גֵּי בֶן־הִנֹּם) verwijst naar een dal ten zuiden van Jeruzalem. Dit dal werd een symbool van God's oordeel en werd later in het Nieuwe Testament gebruikt als beeld voor de hel (Gehenna). Hier werden kinderoffers gebracht aan heidense goden zoals Molech.
De gruwel van kinderoffers
De uitdrukking 'zijn kinderen door het vuur doen gaan' beschrijft de afschuwelijke praktijk van kinderoffers. Het Hebreeuwse werkwoord 'עָבַר' (abar) betekent letterlijk 'doen overgaan' of 'doorlaten gaan'. Dit wijst op het offeren van kinderen door verbranding, een praktijk die God uitdrukkelijk had verboden.