De tekst van 2 Kronieken 28:27
"En Achaz ontsliep met zijn vaderen en zij begroeven hem in de stad, in Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israël. En Hiskia, zijn zoon, werd koning in zijn plaats."
Een oneervolle begrafenis
Dit vers markeert het einde van de donkere regeerperiode van koning Achaz van Juda (ca. 735-715 v.Chr.). Het meest opvallende detail is dat Achaz wel in Jeruzalem werd begraven, maar niet in de koninklijke graven. Dit was een bewuste daad van ontering die de ernst van zijn afvalligheid onderstreepte.
In het oude Israël was een eervolle begrafenis van groot belang. Koningen werden normaal gesproken bijgezet in de "graven der koningen" - een speciale begraafplaats voor de Davidische dynastie. Door Achaz deze eer te ontzeggen, maakte het volk duidelijk dat zijn bewind als onwaardig werd beschouwd.
De context van Achaz' goddeloosheid
Achaz had gedurende zijn zestienjarige regeerperiode vele gruwelen begaan. Hij had afgoden opgericht, zijn eigen zoon geofferd aan heidense goden, en zelfs de tempel van de HEERE gesloten. Het vers gebruikt de Hebreeuwse uitdrukking "wayyishkav" (hij ontsliep) - een eufemisme voor sterven dat gewoonlijk respect uitdrukt, maar hier ironisch contrasteert met de oneervolle behandeling die volgde.