De tekst van 2 Kronieken 21:16
2 Kronieken 21:16 luidt: 'Daarop wekte de HEER tegen Joram de woede op van de Filistijnen en van de Arabieren die naast de Kusjieten wonen.' Deze tekst beschrijft hoe God vijandelijke naties gebruikte als instrument van zijn oordeel over koning Joram van Juda.
Betekenis van belangrijke woorden
Het Hebreeuwse werkwoord voor 'wekte op' (עוֹרֵר, 'orer') betekent letterlijk 'wakker maken' of 'opwekken tot actie'. God maakte deze volken actief vijandig jegens Joram. De term 'woede' (רוּחַ, 'ruach') kan ook vertaald worden als 'geest' - God wekte een vijandige geest op in deze naties.
De Filistijnen waren de traditionele vijanden van Israël in het westen, terwijl de Arabieren nomadische stammen waren uit het zuiden. De 'Kusjieten' verwijst naar de inwoners van het gebied rond Nubië en Zuid-Egypte.
Context binnen hoofdstuk 21
Dit vers staat in het kader van Gods oordeel over Joram wegens zijn afvalligheid. Joram had zijn broers gedood (vers 4), Baäldienst geïntroduceerd (vers 6), en hoogten gebouwd waar afgoden werden aanbeden (vers 11). De profeet Elia had hem gewaarschuwd in een brief (verzen 12-15).
Gods gebruik van vijandelijke naties
Deze tekst illustreert een belangrijk Bijbels principe: God gebruikt soms heidense naties als instrument van zijn oordeel. Hij is soeverein over alle volken en kan hun harten en plannen leiden volgens zijn wil. Dit was geen toeval - het was goddelijke rechtspraak.