De tekst van 2 Kronieken 21:1
2 Kronieken 21:1 luidt: "Josafat rustte bij zijn voorouders en werd begraven bij zijn voorouders in de stad van David. Zijn zoon Joram werd koning in zijn plaats." Dit vers markeert een cruciaal keerpunt in de geschiedenis van het koninkrijk Juda.
Josafat's dood en begrafenis
De uitdrukking "rustte bij zijn voorouders" (Hebreeuws: שָׁכַב עִם־אֲבֹתָיו, shakav im-avotav) is een eufemisme voor sterven dat vaak gebruikt wordt voor koningen. Het benadrukt de continuïteit van de Davidische lijn. Josafat werd begraven "in de stad van David", wat verwijst naar het oudste deel van Jeruzalem waar koning David begraven lag.
Josafat was een godvrezende koning geweest die hervormingen doorvoerde en het volk terugbracht tot de Heer (2 Kronieken 17:3-6). Zijn begrafenis in de koninklijke graven toont de eer die hij verdiende voor zijn trouwe regering van 25 jaar.
Joram's troonsbestijging
De troonsbestijging van Joram (ook wel Jehoram genoemd) lijkt op het eerste gezicht een normale dynastieke opvolging. Het Hebreeuwse woord voor "werd koning" (מָלַךְ, malach) duidt op het formele aannemen van het koningschap. Echter, wat volgt in de daaropvolgende verzen toont aan dat Joram een dramatische koerswijziging zou inzetten.