De Context van 2 Kronieken 20:9
2 Kronieken 20:9 staat centraal in een van de meest aangrijpende gebedsscènes in het Oude Testament. Koning Josafat van Juda wordt geconfronteerd met een enorme coalitie van vijanden - Moabieten, Ammonieten en andere volkeren - die Jeruzalem bedreigen. In deze existentiële crisis wendt hij zich tot God met een gebed dat zowel nederig als vol vertrouwen is.
De Betekenis van het Vers
In dit vers zegt Josafat: 'Als het onheil over ons komt - zwaard, oordeel, pest of hongersnood - dan zullen wij voor deze tempel gaan staan, voor u, want uw naam woont in deze tempel, en in onze nood tot u roepen, en u zult ons horen en redden.'
Josafat somt hier verschillende vormen van rampspoed op: zwaard (oorlog), oordeel (Gods straf), pest (ziekte) en hongersnood. Deze lijst weerspiegelt de ergste bedreigingen die een volk kon treffen. Het Hebreeuwse woord voor 'onheil' (ra'ah) betekent letterlijk 'kwaad' of 'ramp'.
Verwijzing naar Salomo's Tempelwijding
Josafat verwijst hier direct naar Salomo's inwijdingsgebed van de tempel in 1 Koningen 8. Salomo had toen gebeden dat God zou luisteren naar gebeden die in de tempel werden uitgesproken tijdens tijden van nood. Josafat claimt deze belofte nu voor zijn eigen situatie.