De tekst van 2 Kronieken 20:10
2 Kronieken 20:10 luidt: 'Maar nu komen de Ammonieten, Moabieten en de bewoners van het Seirgebergte. Toen Israël uit Egypte kwam, hebt u hun niet toegestaan om door hun gebied te trekken; daarom week Israël voor hen uit en vernietigde hen niet.'
Context van Josafats gebed
Deze woorden maken deel uit van koning Josafats gebed in een tijd van grote crisis. Een enorme legermacht van Moab, Ammon en Edom (het Seirgebergte) trekt op tegen Juda. In plaats van direct tot de aanval over te gaan, zoekt Josafat de HEER en roept een vasten uit voor heel Juda.
Gods eerdere genade herinnerd
Josafat herinnert God aan Zijn eerdere instructies tijdens de woestijnreis. In Deuteronomium 2 had God Israël specifiek verboden om deze drie volken aan te vallen:
- Edom (Seirgebergte) - nazaten van Esau, Jakobs broer (Deut. 2:4-5)
- Moab - nazaten van Lot, Abrahams neef (Deut. 2:9)
- Ammon - eveneens nazaten van Lot (Deut. 2:19)
De ironie van de situatie
Josafat wijst op een pijnlijke ironie: Israël had deze volken gespaard uit gehoorzaamheid aan Gods gebod, maar nu komen diezelfde volken Juda aanvallen. Het Hebreeuwse woord voor 'niet toegestaan' (לא נתן) benadrukt Gods duidelijke verbod destijds.