Tekst van 2 Koningen 24:9
"En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader gedaan had." (Statenvertaling)
Betekenis van de woorden
De uitdrukking "kwaad in de ogen des HEEREN" (Hebreeuws: ra' be'ênê YHWH) is een standaardformule in de koningsboeken. Het woord ra' betekent kwaad, slecht of verkeerd. Deze formule wijst op gedrag dat ingaat tegen Gods geboden en wil.
De vergelijking "naar alles, wat zijn vader gedaan had" toont aan dat Jojachin het slechte voorbeeld van zijn vader Jojakim volgde. Het Hebreeuwse woord ke'ăšer ("naar" of "zoals") benadrukt de gelijkenis tussen vader en zoon.
Context in 2 Koningen 24
Jojachin was pas 18 jaar oud toen hij koning werd na de dood van zijn vader Jojakim. Zijn regering duurde slechts drie maanden en tien dagen (2 Kronieken 36:9). Dit vers valt in de periode vlak voor de Babylonische ballingschap, toen het koninkrijk Juda op instorten stond.
Het hoofdstuk beschrijft hoe koning Nebukadnezar van Babylon Jerusalem belegerde en uiteindelijk Jojachin met vele vooraanstaande Judeeërs wegvoerde naar Babylon in 597 v.Chr.
Theologische betekenis
Dit vers illustreert hoe zonde van generatie op generatie wordt doorgegeven wanneer er geen berouw en bekering plaatsvindt. Jojachin had de kans gehad om een andere koers te varen dan zijn vader, maar koos ervoor het slechte voorbeeld te volgen.