Inleiding: Josia's Radicale Hervormingen
2 Koningen 23:5 beschrijft een cruciale stap in koning Josia's religieuze hervormingen: 'Hij zette de priesters af die de koningen van Juda hadden aangesteld om te offeren op de offerhoogten in de steden van Juda en rondom Jeruzalem; ook degenen die offerden aan Baäl, aan de zon en de maan, aan de sterrenbeelden en aan het hele hemelse leger.' Dit vers toont de diepte van de afgodische praktijken die Juda waren binnengedrongen.
Betekenis van Sleutelwoorden
Het Hebreeuwse woord voor 'priesters' hier is 'kemarim', wat specifiek verwijst naar afgodische priesters, niet naar de Levieten die God had aangesteld. Deze priesters werden aangesteld door eerdere koningen van Juda, wat laat zien hoe het koningshuis zelf betrokken was bij afgoderij.
De 'offerhoogten' (bamot) waren lokale aanbiddingsplaatsen die oorspronkelijk misschien bedoeld waren voor de HEER, maar verworden waren tot centra van syncretistische aanbidding.
De Afgodische Praktijken
Dit vers noemt verschillende vormen van afgoderij:
- Baäl: De Kanaänitische vruchtbaarheidsgod
- Zon en maan: Hemelse lichamen die als goden werden aanbeden
- Sterrenbeelden: Astrologische aanbidding
- Het hele hemelse leger: Alle sterren en planeten
Deze praktijken kwamen uit Mesopotamië en hadden zich diep geworteld in de Judese religieuze cultuur.