De Val van Koning Manasse
2 Koningen 21:3 beschrijft een van de donkerste wendingen in de geschiedenis van het koninkrijk Juda. Dit vers toont hoe koning Manasse systematisch alle religieuze hervormingen van zijn vader Hizkia ongedaan maakte: 'Hij bouwde de offerhoogten weer op die zijn vader Hizkia had laten afbreken. Hij richtte altaren op voor Baäl en maakte een Aserapaal, net zoals koning Achab van Israël had gedaan. Hij aanbad en diende het hele hemelse heir.'
Betekenis van de Kernbegrippen
Offerhoogten (Hebreeuws: bamoth) waren verheven plaatsen waar offers werden gebracht, vaak verbonden met heidense aanbidding. Hizkia had deze plaatsen vernietigd als onderdeel van zijn religieuze hervormingen (2 Koningen 18:4).
Baäl was een Kanaänitische vruchtbaarheidsgod, vaak afgebeeld als stormgod. De naam betekent letterlijk 'heer' of 'eigenaar'. Aanbidding van Baäl ging gepaard met immorele praktijken.
Aserapaal (Hebreeuws: asherah) verwijst naar een houten paal of boom gewijd aan de Kanaänitische godin Asera, Baäls vrouwelijke tegenpool en vruchtbaarheidsgodin.
Het hemelse heir (Hebreeuws: tzaba hashamayim) verwijst naar de aanbidding van sterren, planeten en hemellichamen als goden - een praktijk die populair was in Mesopotamië.