De tekst van 2 Koningen 21:14
"En Ik zal de rest van Mijn erfenis verwerpen; en Ik zal hen geven in de hand hunner vijanden; en zij zullen tot een roof en tot een plundering worden voor al hun vijanden."
Betekenis van kernwoorden
Het Hebreeuwse woord נטש (natash) dat hier vertaald wordt als "verwerpen" betekent letterlijk "verlaten", "opgeven" of "loslaten". Dit is een krachtig woord dat aangeeft dat God Zijn beschermende hand zou wegtrekken van Zijn volk.
De uitdrukking "rest van Mijn erfenis" (שְׁאֵרִית נַחֲלָתִי) verwijst naar het overgebleven deel van Juda na de eerder gevallen noordelijke koninkrijk Israël. God noemt Zijn volk Zijn "erfenis" - een term van eigendom en verbondenheid.
Context in het hoofdstuk
Dit vers staat midden in Gods profetische oordeel over koning Manasse van Juda (697-642 v.Chr.). Manasse had alle hervormingen van zijn godvruchtige vader Hizkia ongedaan gemaakt en zelfs overtroffen in goddeloosheid. Hij herbouwde de hoogten, diende Baäl en Astarte, bracht zijn zoon ten offer, en plaatste zelfs afgoden in Gods tempel.
Vers 14 vormt het hoogtepunt van Gods aankondiging van oordeel. Na alle geduld en waarschuwingen kondigt God aan dat Hij Zijn bescherming zal intrekken.