Inleiding op 2 Koningen 15
2 Koningen hoofdstuk 15 presenteert een donkere periode in de geschiedenis van het verdeelde koninkrijk. Het hoofdstuk beschrijft de regeerperiodes van zeven verschillende koningen - één uit Juda en zes uit Israël - en toont de dramatische verschillen tussen beide rijken. Waar Juda relatieve stabiliteit kende, werd Israël geteisterd door geweld, moordpartijen en politieke chaos.
Azarja (Uzzia) van Juda (vers 1-7)
Het hoofdstuk begint met koning Azarja, ook bekend als Uzzia, die 52 jaar over Juda regeerde. De Bijbel vermeldt dat hij 'deed wat recht was in de ogen van de HEER', maar de hoogten werden niet weggenomen. God strafte hem met melaatsheid, waardoor hij in afzondering moest leven. Deze straf wordt in 2 Kronieken 26 nader uitgelegd: Uzzia wilde eigenmachtig offers brengen in de tempel, wat alleen priesters mochten doen.
Crisis in het Noordrijk Israël (vers 8-31)
De situatie in Israël was dramatisch anders. Het hoofdstuk beschrijft een periode van extreme politieke instabiliteit:
Zacharia (vers 8-12)
Zacharia, zoon van Jerobeam II, regeerde slechts zes maanden voordat hij werd vermoord door Sallum. Met zijn dood eindigde de dynastie van Jehu, precies zoals God had voorspeld.
Sallum (vers 13-16)
Sallum's bewind duurde nog korter - slechts één maand. Menahem vermoordde hem en voerde een bloedig regime in, waarbij hij zelfs zwangere vrouwen liet openrijten.