De tekst van 2 Koningen 15:6
2 Koningen 15:6 luidt: "Het overige nu der geschiedenissen van Azarja, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?" Deze vers vormt de standaard afsluitingsformule voor de beschrijving van koning Azarja's (ook bekend als Uzzia) regering over het koninkrijk Juda.
Literaire context en betekenis
Deze vers is onderdeel van een vaste formule die de auteur van Koningen consequent gebruikt om de regering van koningen af te sluiten. Het Hebreeuwse woord voor "geschiedenissen" is divrei, wat letterlijk "woorden" of "zaken" betekent, maar hier verwijst naar historische gebeurtenissen en daden.
De verwijzing naar "het boek der kronieken der koningen van Juda" betreft officiële hofdocumenten die destijds bestonden maar nu verloren zijn gegaan. Deze kronieken waren uitgebreidere historische bronnen dan wat we in de Bijbel vinden, en de auteur verwijst er regelmatig naar voor lezers die meer details wilden weten.
Koning Azarja in historische context
Azarja, ook bekend als Uzzia, regeerde van ongeveer 792-740 v.Chr. over Juda. Hij was een relatief succesvolle koning die het land militair en economisch versterkte. Het voorafgaande vers (15:5) vermeldt echter dat de HEERE hem sloeg met melaatsheid omdat hij onrechtmatig in de tempel geofferd had, zoals beschreven in 2 Kronieken 26:16-21.