Inleiding: De Ark in Vijandelijk Gebied
1 Samuel hoofdstuk 5 vertelt een opmerkelijk verhaal over Gods macht die zich openbaart, zelfs wanneer Zijn heilige ark zich in vijandelijk gebied bevindt. Na de dramatische nederlaag van Israël in hoofdstuk 4, waarbij de ark werd weggenomen door de Filistijnen, zou men kunnen denken dat God Zijn macht heeft verloren. Dit hoofdstuk bewijst echter het tegendeel.
Dagon Valt Voor de HEERE (vers 1-5)
De Filistijnen brengen de ark naar Asdod en plaatsen deze in de tempel van hun god Dagon. Dit lijkt een triomf: hun god heeft de God van Israël overwonnen. Maar 's nachts gebeurt er iets opmerkelijks. Dagon, de nationale god van de Filistijnen, valt voorover voor de ark van de HEERE.
De eerste keer richten de Filistijnen het beeld weer op, maar de tweede nacht valt Dagon opnieuw, dit keer zo dat zijn hoofd en handen afbreken. Alleen de romp blijft over. Dit is geen toeval - het is een duidelijk teken dat de HEERE superieur is aan alle afgoden. Het hoofd en de handen symboliseren wijsheid en macht, en het feit dat deze afbreken toont dat Dagon noch wijs noch machtig is vergeleken met de God van Israël.