De Tekst van 1 Samuel 30:20
In 1 Samuel 30:20 lezen we: 'En David nam al de schapen en de runderen, die zij voor dat andere vee henen dreven, en zij zeiden: Dit is Davids buit.' Deze vers beschrijft het moment waarop David en zijn mannen niet alleen hun eigen bezittingen terugkrijgen van de Amalekieten, maar ook aanzienlijke extra buit behalen.
Context van het Hoofdstuk
Hoofdstuk 30 van 1 Samuel vertelt het verhaal van een dramatische wending in Davids leven. Toen hij en zijn mannen terugkeerden naar Ziklag, vonden zij hun stad verbrand en hun vrouwen en kinderen weggenomen door de Amalekieten. In wanhoop wilden Davids mannen hem zelfs stenigen. Maar David zocht kracht bij de HEERE zijn God en vroeg Hem om leiding via de efod.
De Betekenis van 'Davids Buit'
Het Hebreeuwse woord voor 'buit' (שלל, shalal) verwijst naar de rijkdommen die in oorlog worden buitgemaakt. Deze buit bestond uit schapen, runderen en andere vee die de Amalekieten van verschillende volkeren hadden geroofd. Door deze buit 'Davids buit' te noemen, erkenden zijn mannen dat God deze overwinning en zegen specifiek aan David had gegeven.