De Tekst van 1 Samuel 30:11
"Toen vonden zij een Egyptenaar op het veld en brachten hem tot David. En zij gaven hem brood en hij at, en zij gaven hem water te drinken." (NBG 1951)
Context: Een Donkere Tijd voor David
Dit vers komt voor in een van de donkerste periodes van Davids leven. De Amalekieten hebben Siklag, Davids thuisbasis, overvallen en verbrand. Alle vrouwen en kinderen zijn weggevoerd, waaronder Davids eigen vrouwen. Zijn mannen zijn zo wanhopig dat ze hem willen stenigen. Toch zoekt David kracht bij God en krijgt de bevestiging dat hij de achtervolging moet inzetten.
Woordstudie en Betekenis
Het Hebreeuwse woord voor "vonden" (מָצָא, matsa) suggereert meer dan toevallig tegenkomen. Het impliceert dat God deze ontmoeting heeft geregisseerd. De Egyptenaar was een slaaf die door zijn Amalekietische meesters was achtergelaten toen hij ziek werd - een gewone praktijk in die tijd.
De zorgzaamheid die David toont is opvallend. Het Hebreeuws beschrijft letterlijk hoe ze hem "brood gaven en hij at" en "water gaven en hij dronk". Deze eenvoudige daad van barmhartigheid zou cruciaal blijken voor de redding van hun families.