De Profetie van Samuel aan Saul
1 Samuel 28:19 bevat een van de meest dramatische voorspellingen in het Oude Testament. In dit vers spreekt de overleden profeet Samuel - opgeroepen door de heks van Endor - een verschrikkelijke profetie uit over koning Saul: "Bovendien zal de HEERE ook Israël met u in de hand der Filistijnen geven; en morgen zult gij en uw zonen bij mij wezen; ook zal de HEERE het leger van Israël in de hand der Filistijnen geven."
Woordbetekenis en Context
Het Hebreeuwse woord "natan" (גַּתַּן) betekent 'overgeven' of 'in de hand geven'. Samuel gebruikt dit woord tweemaal om te benadrukken dat God zowel Saul persoonlijk als het hele leger van Israël zal overgeven aan hun vijanden. De uitdrukking "morgen zult gij en uw zonen bij mij wezen" is een eufemisme voor de dood - zij zullen zich bij Samuel in het dodenrijk bevinden.
Historische Situatie
Deze profetie komt voort uit Sauls wanhopige situatie. De Filistijnen hebben zich verzameld voor een beslissende slag, maar God antwoordt Saul niet meer door profeten, dromen of de Urim en Thummim. In zijn wanhoop wendt Saul zich tot spiritisme - iets dat hij zelf eerder had verboden - om contact te zoeken met de overleden Samuel.