De Context van 1 Samuel 26:9
In 1 Samuel 26:9 spreken we David horen zeggen: 'Vernietig hem niet; want wie zou zijn hand uitsteken tegen de gezalfde des HEEREN en onschuldig blijven?' Deze woorden zijn gericht aan Abisai, David's neef en krijgsman, die voorstelt om koning Saul te doden terwijl deze slapend en weerloos in het kamp ligt.
De Betekenis van 'Gezalfde des HEEREN'
Het Hebreeuwse woord voor 'gezalfde' is mashiach (מָשִׁיחַ), waarvan ons woord 'Messias' is afgeleid. Saul was door de profeet Samuël gezalfd tot koning over Israël, wat betekende dat God hem had aangesteld voor deze positie. David erkent dat ondanks Sauls gedrag en pogingen om hem te doden, Saul nog steeds Gods gekozen koning is.
David's Karakter en Integriteit
Deze passage toont David's buitengewone karakter op meerdere niveaus:
Respect voor Gods autoriteit: David weigert om Gods beslissing over te nemen door Saul eigenmachtig te doden. Hij vertrouwt erop dat God Saul zal wegnemenen op Zijn tijd en op Zijn manier.
Morele moed: Het zou gemakkelijk en begrijpelijk zijn geweest om Saul te doden - Saul had immers herhaaldelijk geprobeerd David te vermoorden. Toch kiest David voor de moeilijkere weg van gehoorzaamheid aan God.
Geloof in Gods timing: David gelooft dat God hem op het juiste moment koning zal maken, zonder dat hij zelf geweld hoeft te gebruiken.