De tekst van 1 Samuel 22:18
1 Samuel 22:18 beschrijft een van de donkerste momenten in het verhaal van koning Saul: 'Toen zeide de koning tot Doëg: Wend gij u, en val de priesters aan. En Doëg, de Edomiet, wendde zich en viel de priesters aan; en hij doodde te dien dage vijf en tachtig mannen, die den linnen efod droegen.'
De context van moord op onschuldigen
Deze gebeurtenis vindt plaats nadat David naar Nob was gevlucht en hulp had ontvangen van hogepriester Ahimelek. Doëg de Edomiet, een herder van Saul, was getuige van deze ontmoeting en rapporteerde dit aan de koning. Sauls paranoia en jaloezie jegens David waren zo groot geworden dat hij de priesters van verraad beschuldigde.
Sauls morele verval
Het tragische van dit verhaal is dat Sauls eigen soldaten weigerden de priesters te doden. Zij erkenden de heiligheid van Gods dienaren. Alleen Doëg, een Edomiet (traditioneel vijand van Israël), was bereid tot deze gruweldaad. Dit toont hoe ver Saul moreel was gevallen - hij moest een buitenlander gebruiken om Gods priesters te vermoorden.
De betekenis van 'linnen efod'
De tekst benadrukt dat de slachtoffers 'den linnen efod droegen' (Hebreeuws: efod bad). De efod was het kledingstuk van priesters, wat hun heilige status benadrukte. Dit detail maakt de moord des te schokkender - het waren erkende dienaren van God die werden gedood.