De Vriendschap tussen David en Jonatan (1 Samuel 18:1-4)
Hoofdstuk 18 begint met een van de mooiste vriendschapsverhalen uit de Bijbel. Na David's overwinning op Goliat ontstaat er een bijzondere band tussen David en Jonatan, de zoon van koning Saul. De tekst zegt dat "Jonatan's ziel verbonden werd met die van David" en dat hij "hem liefhad als zichzelf".
Deze vriendschap gaat verder dan gewone kameraadschap. Jonatan geeft David zijn mantel, wapenrusting, zwaard, boog en gordel - symbolen van zijn koninklijke status en militaire positie. Dit gebaar toont dat Jonatan erkent dat David Gods uitverkorene is, zelfs al betekent dit dat hijzelf niet koning zal worden.
David's Successen en Saul's Groeiende Jaloezie (1 Samuel 18:5-9)
David wordt door Saul aangesteld over de krijgslieden en handelt wijs in alles wat hij doet. Hij wordt geliefd bij zowel het volk als bij Saul's dienaren. Dit succes komt voort uit Gods zegen op David's leven.
De wending komt wanneer de vrouwen David eren met liederen: "Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden!" Deze volksuitingen van bewondering wekken Saul's jaloezie op. Vanaf dat moment kijkt Saul met argwaan naar David. Jaloezie wordt het vergif dat Saul's hart vertroebelt en hem uiteindelijk zal vernietigen.