De roeping om te lijden zoals Christus (1 Petrus 4:1-6)
Petrus begint hoofdstuk 4 met een krachtige oproep: 'Omdat Christus dus in het lichaam heeft geleden, wapent u ook met dezelfde gezindheid' (vers 1). De apostel roept christenen op om zich voor te bereiden op lijden, niet als masochisme, maar als een natuurlijk gevolg van het volgen van Christus in een vijandige wereld.
De 'wapening' die Petrus beschrijft, behelst een fundamentele verandering van houding. Wie bereid is om te lijden om Christus' wil, heeft volgens vers 1 'opgehouden met zondigen'. Dit betekent niet dat zo iemand perfect wordt, maar dat de bereidheid tot lijden aantoont dat iemand definitief gebroken heeft met zijn oude, zondige levensstijl.
Verzen 2-4 contrasteren het oude leven met het nieuwe. Vroeger leefden deze christenen 'naar de begeerten van de mensen', maar nu moeten zij 'de rest van hun tijd in het vlees leven naar de wil van God'. Petrus somt de zonden van hun vroegere leven op: losbandigheid, begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen en gruwelijke afgoderij. Hun heidse vrienden verbazen zich erover dat zij niet meer meedoen aan deze uitspattingen en spreken kwaad over hen.
Leven in het licht van het einde (1 Petrus 4:7-11)
'Het einde van alle dingen is nabij' - met deze woorden benadrukt Petrus de urgentie van christelijk leven (vers 7). Deze eschatologische verwachting moet leiden tot praktische heiligheid. Petrus noemt vier concrete gebieden: