1 Petrus 4 gaat over christenen die het moeilijk krijgen juist omdat zij christen zijn. Petrus opent met een beeld uit de krijgsdienst: "Dewijl dan Christus voor ons in het vlees geleden heeft, zo wapent gij u ook met dezelfde gedachte" (vers 1). Daarna volgen aanwijzingen voor een gemeente onder druk: waken in de gebeden (vers 7), "vooral hebt vurige liefde tot elkander" (vers 8), "zijt herbergzaam jegens elkander, zonder murmureren" (vers 9) en het bedienen van de gave die ieder ontvangen heeft (vers 10). De citaten hieronder komen uit de Statenvertaling; de volledige tekst leest u gratis via 1 Petrus 4 in de Bijbel, en de Herziene Statenvertaling (HSV) geeft dezelfde grondtekst in hedendaags Nederlands.
1 Petrus 4 vers 6: het Evangelie aan de doden verkondigd
Vers 6 is het lastigste vers van dit hoofdstuk: "Want daartoe is ook den doden het Evangelie verkondigd geworden, opdat zij wel zouden geoordeeld worden naar den mens in het vlees, maar leven zouden naar God in den geest." De vraag is wie hier met de doden bedoeld worden. De meest gangbare uitleg is dat het gaat om mensen die het evangelie tijdens hun leven hebben gehoord en inmiddels gestorven zijn. Zij zijn geoordeeld zoals ieder mens geoordeeld wordt, namelijk met de dood, maar zij leven naar God. Dat sluit aan bij vers 5, waar Christus "bereid staat om te oordelen de levenden en de doden".