De Situatie van de Ammonieten
1 Kronieken 19:6 beschrijft een cruciale wending in het conflict tussen Israël en de Ammonieten. Nadat koning Hanun Davids gezanten had vernederd door hun baarden half af te scheren en hun kleding door te snijden, realiseerden de Ammonieten zich de ernst van hun daad.
Betekenis van 'Hatelijk Geworden'
De uitdrukking dat zij "stinkende geworden waren" (Statenvertaling) of "zich hatelijk hadden gemaakt" (NBV) komt van het Hebreeuwse woord 'ba'ash', dat letterlijk 'stinken' betekent. In figuurlijke zin duidt het op het veroorzaken van afkeer, haat of vijandschap. De Ammonieten beseften dat hun beledigende behandeling van Davids vredesgezanten een oorlogsverklaring gelijkstond.
De Massale Militaire Investering
Hun reactie was drastisch: zij investeerden duizend talenten zilver in het inhuren van buitenlandse huurlingen. Dit was een astronomische som - naar huidige maatstaven mogelijk tientallen miljoenen euro's. Een talent woog ongeveer 30 kilogram, dus in totaal ging het om 30.000 kilogram zilver.
Geografische Bondgenoten
De Ammonieten zochten hulp in drie regio's:
- Mesopotamië (Aram-Naharaim): het gebied tussen de rivieren Eufraat en Tigris
- Aram-Maacha: een Aramese stadstaat ten noordoosten van Israël
- Zoba: een machtig Aramese koninkrijk ten noorden van Damascus
Deze strategische keuze toont hun wanhoop en determinatie om David te weerstaan.