De Bouw van Salomo's Paleizen (1 Koningen 7:1-12)
Na de voltooiing van de tempel richt 1 Koningen 7 de aandacht op Salomo's eigen bouwprojecten. Het is opvallend dat Salomo dertien jaar deed over zijn eigen paleiscomplex, terwijl de tempel in zeven jaar werd voltooid. Dit detail roept vragen op over prioriteiten en toewijding.
Het 'Huis van het Libanon-woud' was waarschijnlijk Salomo's hoofdpaleis, genoemd naar de vele cederhouten zuilen die aan een woud deden denken. Dit gebouw diende ook als arsenaal en ontvangstzaal voor buitenlandse delegaties. De pracht van deze paleizen weerspiegelde Salomo's status als koning over een machtig en welvarend rijk.
Hiram de Meesterambachtsman (1 Koningen 7:13-14)
Voor de vervaardiging van de bronzen tempelvoorwerpen riep Salomo de hulp in van Hiram uit Tyrus. Deze man was half-Israëliet (zijn moeder was uit de stam Naftali) en half-Tyriër (zijn vader). God had hem bijzondere vaardigheden gegeven in het bewerken van brons.
De keuze voor Hiram toont aan dat God mensen uit verschillende achtergronden kan gebruiken voor Zijn doeleinden. Het herinnert ook aan Bezaleël en Oholiab, die door God bekwaam waren gemaakt voor de bouw van de tabernakel.