De Context van Valse Raadgeving
1 Koningen 22:6 speelt zich af in een cruciale periode waarin koning Achab van Israël en koning Josafat van Juda overwegen samen ten strijde te trekken tegen Aram om Ramot Gilead te heroveren. In dit vers lezen we: 'De koning van Israël riep toen vierhonderd profeten bijeen en vroeg hun: Zal ik ten strijde trekken tegen Ramot in Gilead, of zal ik ervan afzien? Zij antwoordden: Trek ten strijde, de Heer zal het in de hand van de koning geven.'
Analyse van de Tekst
Het Hebreeuwse woord voor 'profeten' hier is nevi'im, maar deze mannen waren geen ware profeten van de HEER. Ze waren waarschijnlijk hofprofeten of profeten van Baäl die Achab naar de mond spraken. Hun eensgezinde antwoord 'Trek ten strijde' toont aan dat ze niet daadwerkelijk Gods wil zochten, maar de koning vertelden wat hij wilde horen.
Opmerkelijk is dat ze wel de naam van 'de Heer' (Adonai) gebruiken, wat suggereert dat ze probeerden hun valse boodschap legitimiteit te geven door te doen alsof het van God kwam.
Het Contrast met Ware Profetie
Dit vers vormt een scherp contrast met wat later gebeurt wanneer de ware profeet Micha wordt geroepen (vers 8). Waar de valse profeten spreken wat de koning wil horen, spreekt Micha Gods waarheid, ongeacht de gevolgen. Dit illustreert het fundamentele verschil tussen valse en ware profetie.