Inleiding: Een verhaal over waarheid en misleiding
1 Koningen 22 vormt een dramatisch hoogtepunt in het verhaal van koning Achab. Dit hoofdstuk laat op krachtige wijze zien hoe God Zijn oordeel voltrekt, ondanks menselijke pogingen om daaraan te ontsnappen. Het verhaal begint met een politieke alliantie, maar ontwikkelt zich tot een confrontatie tussen waarheid en leugen.
De alliantie tussen Achab en Josafat (vers 1-4)
Na drie jaar van vrede besluit Achab van Israël samen met Josafat van Juda ten strijde te trekken tegen de Arameeërs om Ramot in Gilead te heroveren. Deze stad had strategisch belang en behoorde eigenlijk tot Israël. Josafat stemt toe met de woorden: "Ik ben zoals gij zijt, mijn volk is zoals uw volk, mijn paarden zijn zoals uw paarden." Deze alliantie toont hoe zelfs godvrezende koningen zoals Josafat verkeerde keuzes konden maken.
Het raadplegen van valse profeten (vers 5-12)
Voor de strijd raadpleegt Achab vierhonderd profeten die allemaal overwinning voorspellen. Deze profeten waren waarschijnlijk Baälpriesters of profeten die hun boodschap aanpasten aan wat de koning wilde horen. Hun eensgezindheid in het voorspellen van succes lijkt indrukwekkend, maar hun motivatie was politiek gewin, niet waarheid.
Josafat voelt echter onbehagen en vraagt: "Is hier niet nog een profeet des HEEREN?" Deze vraag toont zijn geestelijk onderscheidingsvermogen en verlangen naar echte goddelijke leiding.