De tekst van 1 Koningen 18:4
"Want het geschiedde, toen Izebel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en hen bij vijftigen in spelonken verborg, en hen met brood en water onderhield."
Woordbetekenis en context
Dit vers toont een dramatisch moment in de geschiedenis van Israël. Het Hebreeuwse woord voor "uitroeide" (כרת - karat) betekent letterlijk "afsnijden" of "vernietigen" en duidt op systematische vervolging. Izebel, de heidense koningin van koning Achab, voerde een meedogenloze campagne tegen de ware profeten van God.
Obadja's moed en geloof
Obadja, wiens naam "dienaar van de HEERE" betekent, was de hofmeester van koning Achab. Ondanks zijn hoge positie aan het hof van een afvallige koning, bleef hij trouw aan God. Hij nam enorme persoonlijke risico's door honderd profeten te verbergen in grotten, waarschijnlijk in het bergachtige landschap rond Samaria.
Gods voorzienigheid in donkere tijden
Dit vers illustreert hoe God zelfs in de donkerste perioden van vervolging zorgt voor Zijn volk. Terwijl Izebel dacht Gods stem tot zwijgen te brengen, bewaarde God Zijn profeten door de moed van één getrouwe man. Het getal honderd toont de omvang van Gods bewaarde rest.