De introductie van Obadja
1 Koningen 18:3 introduceert een opmerkelijke figuur in het verhaal van Elia: Obadja. Dit vers vertelt ons: 'Achab riep Obadja, die over zijn paleis ging. Obadja was een vrome volgeling van de HEERE.' In het Hebreeuws staat hier 'ובדיהו ירא את־יהוה מאד' (we-Obadyahu yaré et-YHWH meod), wat letterlijk betekent 'en Obadja vreesde de HEERE zeer'.
Obadja's unieke positie
Obadja bekleedde de belangrijke functie van paleisoverseer (Hebreeuws: 'al-habayit'), wat hem verantwoordelijk maakte voor alle zaken betreffende het koninklijke paleis. Deze hoge positie maakte hem tot een van de machtigste mannen in het noordelijke koninkrijk Israël. Het is opmerkelijk dat iemand in zo'n invloedrijke positie onder koning Achab en koningin Izebel zijn geloof in de HEERE behield.
De betekenis van 'God vrezen'
De uitdrukking dat Obadja 'de HEERE zeer vreesde' is significant. Het Hebreeuwse woord 'yaré' betekent niet alleen angst, maar vooral eerbiedige ontzag en gehoorzaamheid aan God. Het woord 'meod' (zeer) benadrukt de intensiteit van Obadja's toewijding. Deze vreze des HEEREN wordt in de Bijbel beschouwd als het begin van wijsheid (Spreuken 9:10).