De Tekst van 1 Koningen 11:8
1 Koningen 11:8 luidt: 'Zo deed hij voor al zijn buitenlandse vrouwen, die voor hun goden rookoffers brandden en slachtoffers brachten.'
Context in het Hoofdstuk
Dit vers staat in het hartbrekende verhaal van koning Salomo's geestelijke verval. Na een glorierijk begin waarin hij de tempel bouwde en wijsheid van God ontving, begon Salomo compromissen te sluiten. Vers 1-3 beschrijft hoe hij 700 vrouwen van koninklijke afkomst en 300 bijvrouwen had, voornamelijk buitenlandse vrouwen die hun eigen goden aanbaden.
Woordstudie en Betekenis
Het Hebreeuwse woord voor 'buitenlandse vrouwen' is nokhriyyot, wat wijst op vrouwen uit andere volken die andere goden dienden. Het werkwoord 'deed' (asah) in dit vers benadrukt dat Salomo actief handelde om deze vrouwen te accommoderen in hun afgoderij.
De 'rookoffers' (qitru) en 'slachtoffers' (zavechu) waren essentiële onderdelen van heidense aanbidding. Door dit mogelijk te maken, werd Salomo medeplichtig aan afgoderij.
Theologische Betekenis
Dit vers toont hoe geleidelijke compromissen leiden tot complete afvalligheid. Salomo begon waarschijnlijk met kleine concessies - 'ik bouw alleen maar een kleine plaats voor mijn vrouwen' - maar eindigde met het faciliteren van systematische afgoderij in Israël.
Het illustreert ook de gevaarlijke invloed van verkeerde relaties. Deuteronomium 7:3-4 waarschuwde al dat huwelijken met heidenen het hart zouden wegtrekken van de HEER.