De tekst van 1 Koningen 11:6
1 Koningen 11:6 luidt: "Zo deed Salomo wat kwaad was in de ogen van de HEERE en volgde de HEERE niet volledig na, zoals zijn vader David."
Betekenis van de kernwoorden
Het Hebreeuwse woord voor "kwaad" is ra' (רע), wat duidt op iets dat moreel verkeerd en schadelijk is. Het is niet alleen een overtreding van regels, maar een fundamentele breuk met Gods bedoelingen.
De uitdrukking "volgde niet volledig na" gebruikt het Hebreeuwse male acharei (מלא אחרי), wat letterlijk betekent "vulde niet op achter". Dit suggereert een onvolledige toewijding, een halfhartige navolging van God.
Context binnen 1 Koningen 11
Dit vers vormt het theologische oordeel over Salomo's geestelijke afval. Het hoofdstuk beschrijft hoe Salomo, ondanks zijn wijsheid en de tempel die hij bouwde, zijn hart liet afwenden door zijn vele vreemde vrouwen. Deze vrouwen brachten hem ertoe om hun goden te aanbidden, waaronder Astarte, Moloch en Kamos.
Vers 6 is het keerpunt waar Gods oordeel over Salomo wordt uitgesproken. Het contrasteert scherp met eerdere beschrijvingen van Salomo's wijsheid en toewijding.
Theologische betekenis
Dit vers illustreert een fundamenteel Bijbels principe: God vraagt volledige toewijding, niet gedeelde loyaliteit. Salomo's probleem was niet dat hij God volledig verwierp, maar dat hij Hem niet volledig volgde. Hij probeerde God te dienen naast andere goden, wat in Gods ogen even erg is als helemaal niet dienen.